In een poging mam's klassieke appeltaart te maken heb ik "Ik kan koken" van H.M.S.J de Holl uit 1931 er op nageslagen. Daar staan drie soorten kruimeldeeg in en twee appeltaarten met die degen. Op basis van kruimeldeeg 2 en appeltaart 2 (en nog een recept van Rutger bakt) heb ik deze taart geprobeerd, erg lekker.
Ingredienten:
- 350 gram bloem
- 250 gram boter, koud
- 150 gram fijne kristalsuiker
- 3 eieren
- 1 biologische citroen
- paneermeel
- zout
- drie grote goudreinetten
- drie eetlepels witte basterdsuiker
- 5 eetlepels rozijnen
- kaneel
Recept:
Meng de gezeefde bloem, een in kleine stukjes gesneden pakje boter, de kristalsuiker, de eieren en de fijngehakte en geraspte schil van de citroen met de mixer tot een samenhangend deeg. Leg deze bol deeg een half uur afgedekt in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een springvorm in (eventueel met bakpapier op de bodem). Houd een kwart van het deeg apart voor het vlechtwerk en deel de rest in tweeën. Rol de ene helft uit voor de bodem en maak van de andere helft de opstaande rand. Doe een dun laagje paneermeel op de bodem.
Meng de in dunne plakjes gesneden appel met de rozijnen, de suiker, twee eetlepels citroensap en kaneel. Vul hiermee de taart en maak van het resterende deeg latjes er boven op. Mam deed nooit iets op de appeltaart voor glans, maar je kunt het met ei bestrijken om het mooier bruin te maken.
Bak de taart 55 minuten in de onderste helft van de oven, zet de oven dan op onderwarmte en bak nog 10 minuten. Let op dat de bovenkant niet te bruin wordt.